Jamaicaanse geschiedenis

De geschiedenis van Jamaica is rijk en levendig, wat ons inspireert om verder te gaan als een natie. De geschiedenis van Jamaica spreekt van ervaringen, ontberingen en welvaart; en de groei en vastberadenheid van een volk. Jamaica heeft net als vele andere landen in het westen een breed verleden. De geschiedenis is te vergelijken met veel West-Indische eilanden, Jamaica heeft vele natuurrampen gezien waaronder aarbevingen. Jamaica heeft ook veel andere problemen gehad zoals pestilentie en hongersnood, dit heeft gezorgd veer vele doden in de Jamaicaanse bevolking. In de slaventijd is Jamaica ook erg onderdrukt geweest. Andere landen hebben eeuwen nodig gehad om te groeien van hun primitieve leven door de bloem en vrucht van voorspoed naar de zaadtijd van een schilderachtige overgave. Jamaica heeft het allemaal in een paar jaar meegemaakt.

Oorspronkelijke inwoners

De oorspronkelijke bewoners van Jamaica worden gezien als de Arawaks te zijn, ook wel de Tainos genoemd. Ze kwamen 2500 jaar geleden uit Zuid-Amerika en noemden het eiland Xaymaca, wat "land van hout en water" betekende. De Arawaks waren van nature een rustig en eenvoudig volk. Fysiek waren ze lichtbruin van kleur, kort en goed gevormd met grof, zwart haar. Hun gezichten waren breed en hun neus plat. Ze kweekte cassave, zoete aardappelen, maïs, fruit, groenten, katoen en tabak. Tabak werd op grote schaal verbouwd omdat roken hun populairste tijdverdrijf was. Ze bouwden hun dorpen over het hele eiland, maar de meesten vestigden zich aan de kusten en in de buurt van rivieren terwijl ze visten om voedsel te halen. Vis was ook een belangrijk onderdeel van hun dieet. De Arawaks leidden een rustig en vredig leven totdat ze werden vernietigd door de Spanjaarden enkele jaren nadat Christopher Columbus het eiland in 1494 ontdekte.

geschiedenis jamaica

De ontdekking van Jamaica

Op 5 mei 1494, Christopher Columbus, de Europese ontdekkingsreiziger, die westwaarts voer om naar Oost-Indië te komen en op de regio kwam die nu West-Indië wordt genoemd, landde in Jamaica. Dit gebeurde tijdens zijn tweede reis naar West-Indië. Columbus had gehoord van Jamaica, toen Xaymaca genoemd, van de Cubanen die het beschreven als "het land van gezegend goud". Columbus zou er snel achter komen dat er geen goud in Jamaica was. Bij aankomst in St Ann's Bay vond Columbus de Arawak-indianen die op het eiland woonden. Aanvankelijk dacht Columbus dat deze Indianen vijandig waren, omdat ze zijn mannen aanvielen toen ze probeerden op het eiland te landen. Omdat hij vastbesloten was om het eiland te vernoemen in de naam van de koning en koningin van Spanje, werd hij niet afgeschrikt. Columbus had ook hout en water nodig en een kans om zijn schepen te repareren. Hij zeilde langs de kust en sloot aan bij Discovery Bay. De Arawaks daar waren ook vijandig tegenover de Spanjaarden. Hun houding veranderde echter toen ze werden aangevallen door een hond van een van de Spaanse schepen en de kruisboogmannen van Columbus. Sommige van de Arawaks werden gedood en gewond bij deze aanval. Columbus kon toen landen en het eiland opeisen.